Celliste Quirine Viersen kreeg les van Jan Decroos en Dimitri Ferschtman. Heinrich Schiff was haar allesomvattende mentor, die haar muziek leerde maken en haar spel door de beroemde ‘Navarra’-techniek verrijkte. Op 16-jarige leeftijd was Quirine de jongste prijswinnaar ooit op het Scheveningen Internationaal Muziekconcours. Verder won zij prijzen op het Rostropovich Concours Parijs 1990, het Internationale Cello Concours Helsinki 1991 en het Tchaikovsky Concours Moskou 1994. In 1994 ontving ze de meest prestigieuze staatsprijs voor klassieke muziek, de Nederlandse Muziekprijs.

Quirine trad op met vele orkesten onder leiding van diverse dirigenten zoals het Koninklijk Concertgebouworkest onder Herbert Blomstedt, Ingo Metzmacher en Bernard Haitink, Nederlands Philharmonisch Orkest/Marc Albrecht, St. Petersburg Philharmonic Orchestra/Valery Gergiev, Frankfurt Radio Symphony/Hugh Wolff, Wiener Kammerorchester/Heinrich Schiff, Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra/Jean Fournet en Wiener Philharmoniker/Zubin Mehta. Quirine werkte samen met Antje Weithaas, Thomas Beijer, Leonidas Kavakos en Liza Ferschtman en werd uitgenodigd bij het Delft Chamber Music Festival, Rheingau Music Festival, Mondsee Tage, Luzerner Festwochen en de Salzburger Festspiele. Zij trad in duo-verband op met pianisten als Silke Avenhaus en Enrico Pace.

Quirine speelt op de ‘Joseph Guarnerius Filius Andreae’ uit 1715, voorheen bespeeld door André Navarra. De cello werd op voorspraak van Heinrich Schiff ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. Schiff deed haar voor dit instrument één van zijn strijkstokken cadeau.


Optredens Quirine Viersen

Quirine Viersen